Wat moet een juf veel weten en kunnen…

De kinderen druppelen de klas binnen. Ik geef elk kind een hand en kijk het in de ogen. Zo kan ik al veel zien. Is het kind blij, rustig, druk, moe of wat dan ook? Dit keer is het de ouder die mij aanspreekt. Zijn dochter wilde niet naar school. Conflicten bij de buitenschoolse opvang. Een club meisjes wil haar niet toelaten. Alle alarmbellen gaan af bij mij. Ik vraag kort om wie het allemaal gaat. Een aantal meiden uit mijn groep en een meisje uit een andere groep. Ik weet genoeg.

De dag start. We beginnen met lezen. Meteen komt het eerste spannende moment, want er is een jochie dat steeds een boek pakt van een te hoog niveau. Schaamte om zijn trage leesontwikkeling? En ja hoor, daar staat hij alweer. Ik houd voet bij stuk met angst in mijn lijf om een mogelijke woedeuitbarsting waar hij vaak last van heeft. Ik wil zo de dag niet starten, maar ja…. Ik maak hem duidelijk dat ik weet wat goed voor hem is en dat ik dit wil om hem te helpen. Ik vraag om zijn vertrouwen in mij. Dit woord vertrouwen is uitgebreid besproken in een gesprek over de waarden die wij als school willen uitdragen. Zou hij zich dit herinneren? Hij accepteert het en gaat lezen.

Daarna gaan we naar gym. Vrijwel aan het eind van de gymles ontvlamt een meisje in woede. Ze voelt zich te ruw behandeld door de tikker. Deze reageert ook fel, want hij zit emotioneel ook wat ingewikkeld in elkaar. De andere kinderen laten dit meisje vaak met rust omdat ze weten: zij is even niet vooor rede vatbaar. Nee, deze jongen kan of wil of ziet dit nog niet. De gymjuf houdt het meisje tegen omdat ze als een wilde tijger (ze gromt er werkelijk bij) op het jongetje dat vele malen kleiner is, niet jonger, af dreigt te vliegen. Nu wordt het een wilde furie en krabt en bijt en schopt. Ik grijp in en probeer haar met woorden te kalmeren. Maar ik moet haar stevig vasthouden, want ze blijft zich verzetten. Door heel rustig, liefdevol en beslist te blijven praten en haar voor me uit te duwen, krijg ik haar mee naar een stoel. Ik draai haar stoel om zodat ze kinderen niet meer zien kan. Ik praat over het duwen, geef aan dat zij dat ook wel deed ooit en dat ze geen blauwe plek heeft, maar vast wel beetje pijn. En dan laat ik het rusten. Ik babbel wat over armbandjes die daar liggen en warempel ze gaat er op gewone toon op in.

In de kleedkamer zijn er inmiddels twee aan het ruziemaken. En een daarvan is het meisje dat niet naar school wou. Wat blijkt? Zij is geduwd door een ander meisje en die bleek het niet expres gedaan te hebben, maar zelf ook geduwd te zijn…enz. Dit verhaal hoor ik pas later, want eerst sommeer ik de twee dames alvast naar buiten te gaan om het samen uit te praten en op te lossen. Dat lukt hen niet. Ze huilen allebei. In de rij terug naar school loop ik tussen hen in en vraag naar de reden van de ruzie. Vervolgens vertel ik hoe ik hen nu zie: de een is steeds heel zielig aan het doen over al het onrecht dat haar wordt aangedaan, de ander is te koppig om excuses aan te bieden of om even duidelijk te maken dat iets niet zo bedoeld was. Hun beider reactie is ogenblikkelijk weer van dien aard. De huiler stopt, de koppige blijft mokken. Ik laat het even. In de klas praat ik verder over ons vorige gesprek over de waarden. We hadden toen over ruzies gesproken als zijnde ze horen erbij, maar je moet wel leren ze snel en goed op te lossen. Dit was een voorbeeld van niet snel en goed oplossen. Maar dat ruzies ook leerzaam zijn, kan ons furiemeisje mooi verwoorden!

Vervolgens haak ik in op het akelige van het als een groep mensen iemand buitensluiten. Ik leg uit hoe verschrikkelijk dergelijk gedrag is. En opeens vraag ik aan een meisje persoonlijk of zij dat verzonnen had. Mijn stem klinkt fel! Het meisje schrikt en ontkent. Ik vraag het de volgende uit het bewuste clubje. En nog weer iemand. En ja, eindelijk, er komt een voorzichtige vinger. Ik vraag of ze dan maar eens heel duidelijk haar vinger, ofwel arm wil opsteken. Het meisje doet dit huilend, want zij was niet alleen, die deed het ook. Ik brul dat zij ook haar vinger moet opsteken. Ik overdonder hen. Ik weet het, maar het moet maar even zo. Maar ik keer terug naar de anderen van het clubje. Heb jij gezegd dat ze dat meisje niet moesten buitensluiten? Nee? Dan ook die vinger omhoog en gauw! En zo zit uiteindelijk het meidenclubje met de arm omhoog en enkelen snikken erbij. Dan verander ik van toon en probeer hen duidelijk te maken waarom ik dit zo vreselijk vind als dit gedaan wordt. Ik zoek voorbeelden uit mijn eigen jeugd en benadruk de goede sfeer in de groep. Ons fijne gesprek over de waarden die we willen nastreven. Dan komen er reacties. Het prachtigste is het meisje dat deze dag voor het eerst bij ons op school is. Zij vertelt dat dit ook op haar school gebeurde. Ik beaam dat dit zo vaak gebeurt, maar dat ik niet kan geloven dat je daar als groep blij van wordt. Je ziet toch dat verdrietige kind! Word je daar blij van? Nee, je bent alleen maar blij dat jij tenminste bij de groep mag horen.

We gaan aan het werk. Opeens zie ik de wee meisjes van de gymruzie bij elkaar aan tafel samen werken. Een vrolijke lach op hun beider gezichten! Ik zeg niks, maar geniet intens.

De jongen die zo emotioneel kwetsbaar is, staat in een hoekje van de klas nadat ik hem vroeg om zijn werkstuk. Hij heeft het helemaal niet. Nooit begonnen. Ik besluit hier met zijn moeder over te praten, want hij sluit zich direct af. Samen komen we daar uit. Hij wandelt uiteindelijk weg naar huis met een groot vel papier onder zijn arm om thuis geholpen te worden door zijn vader. Een begin…

Nog later na schooltijd loop ik even door de gang en zie de groep meisjes aankomen, lachend in een sliert bij elkaar, handen vast. Ik sta stil en kijk en word ontzettend blij van binnen. Ze komen op me af en eentje zegt dat ze de ander nooit meer loslaat. Ik knuffel hen en vertel hoe blij ze me hiermee maken. Ook het meisje uit de andere groep straalt erbij!

En dan heb ik nog niet eens verteld over de vertelplaat die ook het moeilijk lezende jochie niet wou presenteren, omdat hij het niet uit zijn hoofd dacht te kunnen. Meestal verdwijnt hij dan voor een tijdje naar de gang om zijn frustratie en woede te laten afkoelen. Zo ook nu, maar hij kwam vrij vlot terug. En ik wist hem over te halen alsnog met mijn hulp zijn kennis te tonen over de wolf. Wat weet dat jochie veel! En hoe schattig stond hij steeds naar mij te seinen dat ik nu moest. Slik, maar wat weet ik over de wolf?

Gelukkig weet ik wel veel over kinderen en hun gedrag…..en heb ik heel veel plezier in het goed begeleiden van kinderen in hun ontwikkeling.

Advertentie
Dit bericht werd geplaatst in Montessori, Onderwijs en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Wat moet een juf veel weten en kunnen…

  1. Wat gebeurt er toch veel op een dag. En: basisschool. De kinderen leren basisvaardigheden. Over sociale omgang bijv. Zit volgens mij niet in de citotoets…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s