Mijn ervaringen als Montessori leidster

Artikel geplaatst in Montessori Mededelingen voorjaar 2012 over het “passende onderwijs” dat een Montessorischool kan bieden.
Artikel geplaatst in Montessori Mededelingen voorjaar 2013 over de misverstanden die er bestaan over Kosmisch Onderwijs

Onderstaand stukje schreef ik al in november 2006, toen ik inmiddels aan mijn vierde jaar was begonnen van een compleet nieuwe Montessori-school in Utrecht. Het geeft een beeld hoe ik toen bezig was en daar veel geleerd heb. Op mijn huidige school kan ik daar nog steeds op voortborduren.

November 2006.

rietjeIn mijn klas zitten kinderen van allerlei niveau’s. Letterlijk van groep 5 tot 8. Dat is eigenlijk iets te veel van het goede, maar logistiek kon dat dit jaar bijna niet anders. We zijn namelijk een startende school. Maar drie groepen bij elkaar is standaard bij Montessori. Elk kind is eerst jongste, dan middelste, dan oudste, en daarna begint deze cyclus opnieuw. Jongere kinderen leren van oudere en iedereen moet voortdurend met elkaar rekening houden. Het is zelfs zo dat alle kinderen geregeld individueel “op bezoek gaan” in een andere bouw. Zo komen zelfs bovenbouwers soms bij de kleuters en geven daar lesjes aan deze kinderen. De meeste kinderen vinden dat heel leuk.

Laatst werd ons vanuit de overheid bijna een “pestproject” opgedrongen. Ik vind dat bij ons echt niet nodig. Goede omgang met elkaar is een standaardgegeven bij een Montessorischool, en het hele systeem is zo ingericht dat dat meestal ook goed gaat. Natuurlijk zijn er wel eens problemen, maar die worden meestal snel opgelost. Het eerste wat ik doe aan het begin van elk nieuw schooljaar is werken aan een goede sfeer in de groep, waarbij iedereen tot zijn recht komt maar ook rekening houdt met elkaar. Er zit een autistisch kind in de klas. Dat is lastig, want hij heeft niet in de gaten wat hij fout doet en valt ook in herhaling. Maar bijna alle kinderen weten hoe ze met hem om moeten gaan en inmiddels betekent dit dat hij weinig kansen meer krijgt om de boel echt te ontregelen. Hij blijft overigens wel veel aandacht vragen. Veel problemen kun je voorkomen door ze voor te zijn, dus dat vraagt extra alertheid. Hij zat hiervoor op een gewone klassikale school en daar ging het helemaal fout. Het grootste probleem hebben eigenlijk de overblijfouders met hem. Ze vinden hem maar stout en lastig. Je ziet het nl. niet aan de buitenkant, maar hij heeft echt een afwijking en kan er weinig aan doen. Gelukkig heb ik sinds kort hulp vanuit het onderwijs-expertisecentrum. Het is belangrijk dat zo’n jongen er achter komt wat zijn probleem is. En verder wordt het zaak dat hij straks een goede vervolgschool krijgt.

Maar zo zijn er meer. In de klas zitten diverse kinderen die “mislukt” zijn op andere scholen, meestal omdat ze gepest werden. Ze voelen zich nu veilig. Samen met de ouders werk ik er wel aan dat ze wat meer weerbaar worden. Zo probeer ik al een tijd voor elkaar te krijgen dat een meisje naar weerbaarheidstraining gaat. Dat is echt goed, ik heb zelf een keer zo’n training bijgewoond om te kijken wat ze daar allemaal doen. Ik heb ook kinderen gehad, die alleen maar in een 1 op 1 situatie kunnen functioneren. Je weet dan dat dat bij ons niet kan, dat zou echt te veel ten koste gaan van de rest. Het is tegenwoordig niet zo makkelijk om zo’n kind te verwijzen naar het speciaal onderwijs, waar ze absoluut het beste af zijn. Er moeten eerst allerlei handelingsplannen op gezet worden, en een hele papierwinkel moet worden doorworsteld. Dat kost veel tijd en gedoe. Maar het is logisch, want je kunt niet iedereen zo maar verwijzen. Dit soort dingen maken het vak soms wel heel zwaar.

Is deze Montessorischool nu een bijzondere school? Ik vind zelf eigenlijk alles vanzelfsprekend, maar vooral buitenstaanders laten me soms zien dat het best bijzonder is wat er hier gebeurt. Op welke school zie je dat bij een kring de jongens en meisjes door elkaar gaan zitten? Hier dus. Ik heb een keer gezegd, toen iedereen in groepjes ging “klitten”: “wat ongezellig”. Sindsdien hoef ik dat nooit meer te zeggen en de kinderen vinden het prima! Iedereen heeft natuurlijk zijn vriendjes of vriendinnetjes, maar tegelijk is de klas ook een groep, waarin iedereen zich thuisvoelt.

Sinds kort geef ik ook les aan de pabo, ik verzorg daar een deel van de Montessori-opleiding. Maria Montessori heeft een kleine honderd jaar geleden, na ervaringen met achterstandskinderen in Napels, een prachtig systeem ontwikkeld, welk nog steeds actueel is. Het draait wat mij betreft in de eerste plaats om wat Montessori “kosmische opvoeding” noemde. Dat is: hoe ga je met elkaar als kind om, hoe met volwassenen, hoe zorg je voor je omgeving, voor spullen, dat soort dingen dus. En niet alleen als een soort “katechismus”. Ze geeft ook handvaten hoe je dat in de praktijk kunt verwezenlijken. De inrichting van de klas, de klasseregels, al dat soort dingen zijn er een onderdeel van. Het hele management, hoe je je rondje maakt, hoe je observeert, daar begint het mee. Ik merk dat een aantal collega’s dit nog niet echt goed voor elkaar heeft, en daar valt of staat het systeem wel mee! De kinderen krijgen bij een goed werkend Montessorisysteem al snel veel zelfvertrouwen, en volgens mij is dat de belangrijkste basis die ze kunnen krijgen. Een ander gevaar van deze tijd is dat de kwaliteit van de pabostudenten achteruit holt, hier ben ik het met de negatieve criticasters eens. Ook is het gevaar groot dat bij de opleiding de aandacht te snel uitgaat naar de techniek achter het gebruik van de materialen. Montessori heeft nl. een heel systeem uitgedacht hoe je vooral met rekenen de kinderen inzicht kunt geven. Een prachtig systeem op basis van allerlei materialen, maar alles valt of staat met de algehele Montessoripedagogiek. Daar draait het om. Ook moet je om goed “kosmisch onderwijs” te kunnen geven zelf veel kennis en achtergrond hebben, nieuwsgierig zijn en actueel willen blijven.

Een grote uitdaging is nog om onze opvoedingsidealen en die van de ouders op elkaar af te stemmen. Dat gaat niet altijd even goed. Wat dat betreft kunnen we veel leren van de aanpak van de onderwijscentra van Reggio Emilia, een streek in Noord-Italie waar de ouders heel hecht bij het onderwijs worden betrokken. Het is soms heel frustrerend als je merkt dat ouders thuis tegen kinderen zeggen: “sla er maar op, bijt van je af”, terwijl wij ze leren hoe je problemen allemaal kunt oplossen.

Ik werk m.b.t. de zaakvakken niet met een methode, maar voortdurend met allerlei thema’s. Deze worden in een verband gebracht door middel van bijv. “de tijdlijn van het leven”, “de tijdlijn van de cultuur” enz. Ik probeer in de drie jaar dat de kinderen bij mij zijn de belangrijkste dingen aan de orde te laten komen, maar de onderwerpen liggen in die drie jaar niet voor 100% vast. Net was de opening van een Romeins park in de buurt. Dé aanleiding om er een thema aan te koppelen. Ik kijk dan even niet naar mijn eerdere planning. Bij dat thema maak ik altijd een link naar een eerder thema, in dit geval een eerder thema van het domein “geschiedenis”. Vorig jaar ben ik nl. o.a. met de middeleeuwen bezig geweest, dus de aansluiting vanuit “Romeinen” behandel ik dan nu ook en ik haal bij de kinderen op wat ze allemaal nog van de Middeleeuwen weten. Veel collega’s vinden deze manier van werken erg moeilijk. Er zijn ook erg veel pabostudenten die blijken slechts een erg beperkte interesse in dingen te hebben. Zij lijken mij eigenlijk ongeschikt voor het onderwijs, maar zeker voor het Montessori-onderwijs! Ik zelf zou eigenlijk niet anders meer willen, maar misschien ontkom ik er toch niet aan om op een gegeven moment allerlei methodes te gaan gebruiken, omdat collega’s niet zonder kunnen en de school dan maar besluit om hieraan tegemoet te komen.

En dan de expressievakken. Jammer genoeg door Maria Montessori weinig uitgewerkt. Ik vind ze essentieel. Ze geven zoveel mogelijkheden tot inspiratie, tot verwerking, en tot algemene vorming van de kinderen. Nu is dit nog te veel iets dat aan de toevallige bekwaamheden en interesses van de groepsleerkracht wordt overgelaten. Goede vakleerkrachten voor muziek, dans, drama vind ik minstens zo belangrijk als de verplichte vakleerkracht gymnastiek. Het af en toe mee doen aan een project van de plaatselijke stichting kunstzinnige vorming vind ik eigenlijk te weinig. Kijk nu naar het vak Engels, hoe makkelijk leren kinderen de taal niet door een liedje of toneelstukje er bij te betrekken? Een goede muziekles geeft plezier en geeft verbondenheid. Ik hoor hier in de publieke discussie over het onderwijs niets over! Maar ik merk dat scholen geen geld hebben voor vakleerkrachten en dat er slechts weinig docenten zijn die voldoende in staat zijn om hier goed vorm aan te geven.

En dan toetsen. Toetsen zijn altijd gericht op de middelmaat: zit je erboven of eronder. Waar zijn de toetsen m.b.t. sociaal-emotioneel functioneren, m.b.t. zelfvertrouwen? Het meest essentiele wat je kunt leren op een basisschool en waar je verdere functioneren van afhangt wordt niet getoetst. In plaats daarvan wordt getoetst of je onder of boven de gemiddelde cognitieve norm zit. En dat krijg je als kind dan maar elk jaar weer te horen (op of onder niveau). Waarom in godsnaam niet uitgaan van het kind? Voor het vervolgonderwijs weet je meestal in groep 3 al waar de mogelijkheden van een kind liggen. (Je mag dat niet hardop zeggen, maar elke juf of meester zal dit beamen…) Volg het kind in die mogelijkheden en zoek uiteindelijk de school waar het kind na de basisschool het beste tot zijn recht komt. Dat heeft niets met “op” of “onder” niveau te maken. Met het kind volgen bedoel ik niet iets lijdzaams. Nee, natuurlijk moet het kind ook voortdurend prikkels krijgen. Maar liefst niet de negatieve prikkels die uitgaan van “onder niveau”. Je ziet een natuurlijke ontwikkelingslijn zoals die bij dat speciale kind hoort, en kijkt hoe het kind zich daarin ontwikkelt. Als er stagneringen zijn weet je meestal als groepsleerkracht hoe dat komt en probeer je het kind te helpen. Citotoetsen suggereren houvast. Het is tegenwoordig bijna een doodzonde om dit houvast te relativeren. Het is bij mij nog nooit voorgekomen dat ik wijzer ben geworden m.b.t. de ontwikkeling van een kind, nadat een kind een toets had gemaakt. Door naar zijn dagelijkse werk te kijken weet ik veel meer. Ik weet bijv. waarom een kind vreemde dingen doet met spelling, of alle sommen met “min” fout maakt. Mijn beslissingen om bepaalde kinderen alleen te laten werken, sommige verregaand voor te schrijven wat ze allemaal moeten doen op een dag, andere juist heel vrij te laten, dat heeft allemaal te maken met “waarom” een kind problemen ergens mee heeft. Dat leid je zelden uit een toets af. Bij het Montessori-onderwijs is de observatie essentieel. Dat doe je dagelijks, je kent alle kinderen ook op leergebied al snel door en door en toetsen voegen weinig toe. Voor het vervolgonderwijs is het minstens zo belangrijk of een kind leren erg leuk vindt, heeft het brede interesses, is het erg speels en dat soort dingen. De Cito-toets is dus voor mij absoluut niet heilig en zegt slechts een deel van wat je wilt weten. En als de uitslag afwijkt van wat je zelf denkt, dan blijk ik altijd gelijk te hebben zeg ik heel arrogant. (Ik weet namelijk altijd dingen die de cito-toets niet weet). Helemaal gevaarlijk is het als je als leerkracht naar de cito-toets gaat “toewerken”, als je het onderwijs eenzijdig gaat inrichten. Ik hoop dat dat bij mij nooit zal gebeuren!

De ervaringen van een buitenstaander met het Montessori-systeem

herfstbak3

Uit hoofde van een muziekproject waar ik een tijdlang mee bezig was kwam ik een tijdlang enkele keren in de klas van mijn vrouw Rietje, die bovenbouwleidster is van een Montessori-school. Ze vertelde me daarvoor al dagelijks over “haar” kinderen. Ze gingen toen al echt voor me leven, maar na deze bezoeken ben ik helemaal enthousiast geworden over het Montessori-systeem. Het is wat mij betreft een vorm van nieuw leren, welk al lang bestaat, welk heel wat valkuilen waar andere systemen van nieuw leren zich zondig aan maken heeft weten te dempen. Dat wil niet zeggen dat ook hier alles overal optimaal verloopt. Ook m.b.t. Montessori komen er steeds meer mogelijke problemen op de scholen af. Ik geef hieronder enkele dingen weer die me zijn opgevallen tijdens mijn bezoekjes.

Het is herfst. Ik kom binnen en het eerste wat me opvalt is de enorme rust. Als ik een tijdje naar de kinderen kijk valt me op hoe gedisciplineerd en beleefd ze zijn. Je voelt iets van “Je bent welkom, maar we zijn aan het werk, houd daar rekening mee”. De klas is opvallend licht en ruim, en behalve allerlei kasten met boeken en Montessori-materialen zijn de wanden vrij kaal en rustig. Rietje overhoort een kind welk de topografie-kaart van Spanje heeft geleerd: “Zaragoza, Valencia, Madrid, Granados….”. Intussen zijn drie kinderen in een hoek bij de draagbare cd-speler het liedje “It’s raining” aan het oefenen, waar ze ook een toneelstukje in het Engels bij hebben gemaakt. Rietje heeft hen hierbij in een eerder stadium geholpen, want de Engelse tekst moet wel goed uitgesproken worden. Maar nu nog oefenen! Af en toe worden ze wat te enthousiast en gaat het te hard. Een kleine vermaning (Rietje noemt een naam) en het gaat zachter. Op een kleedje midden in het lokaal op de grond zitten twee kinderen met het zogenaamde vermenigvuldigbord sommen te maken. Ze leggen er allerlei dingen neer (de som) en iedere keer als ze een som gemaakt hebben schrijven ze deze + de uitkomst op een blaadje. Er staan al zes sommen, ze gaan het zich nu moeilijker maken vertellen ze me! Op de aandachtstafel, die staat op een uitnodigende plek in de ruimte, liggen boeken over “lagere diersoorten”. Er naast staat een aquarium met slootwater, en op een tafeltje staat een microscoop. Twee kinderen zijn bezig een druppel op een microscoop-plaatje te deponeren. Een kind doet dit heel voorzichtig, de tong uit de mond, de ander kijkt gespannen toe. Ze gaan een “wetenschappelijke” beschrijving maken van alles wat ze zien. Hopelijk kunnen ze ook iets determineren m.b.v. een van de boeken. Aan de computer zit een ander kind een werkstuk te maken over spinnen. Met een digitale camera heeft ze van dichtbij allerlei soorten spinnen gefotografeerd. Ze moest letten op “waar het beest zat”. Van elke spin moest ze ook opschrijven hoe groot die was. Ze heeft al vijf verschillende spinnen gevonden de laatste dagen, ze wist niet dat er in Nederland zoveel verschillende waren! Nieuwsgierig kijk ik op het scherm naar de “gewone hooiwagen”, die er op zo’n foto elegant uitziet, met strepen op zijn rug waarvan ik het bestaan niet wist. “Hij zat op het plafond” zegt het bijschrift. Er heerst bedrijvigheid. Er wordt gepraat. Als het spreekniveau te hoog dreigt te worden corrigeert Rietje dit met een kleine vermaning. Iedereen is bezig, er wordt rekening gehouden met elkaar. Alle kinderen lopen bijv. keurig om het kleedje heen, waar de twee eerder genoemde kinderen op zitten te werken. Als iemand ergens mee klaar is worden de spullen zorgvuldig opgeruimd.

En ik kom vaker in verband met het muziekproject in de klas terug, en elke keer tref ik een vergelijkbare prettige werksfeer aan. Wat een genot, wat een verademing als ik dit vergelijk met de sfeer zoals ik die bij hetzelfde project meemaak op andere scholen in Rotterdam! Ik begin steeds meer “Montessori-fan” te worden!

Bovenstaande  stukjes gaan over de periode 2002 tot en met 2009. Veel korte artikelen van mijn ervaringen zijn te vinden bij andere stukjes met betrekking tot het Montessori onderwijs. Ze staan bij de categorie “Montessori”. Voordat ik in Utrecht werkte was ik leidster in Capelle aan den IJssel, van 1991 tot 2002. In 1996 vond er een uitwisseling plaats met een Montessorischool uit Polen. Zij kwamen bij ons kijken en daarna  bezocht ik met mijn man hun Montessori basisschool in Lodz. Wat een enthousiasme bij de leerkrachten! Er is weinig geld, maar met dat wat ze hadden deden ze fantastische dingen. Ik denk dat veel Montessori-scholen daar een voorbeeld aan kunnen nemen. Wat viel op? Veel aandacht voor kosmisch onderwijs, grote zelfstandigheid bij de kinderen, goed muziekonderwijs. Ruime klassen, daar was ik wel jaloers op… En natuurlijk dingen die bij de Poolse cultuur horen, zoals een hoekje om te bidden. En alle kinderen eten tussen de middag warm. De kleuters gaan daarna naar bed. Ik mocht ook gaan kijken bij de opleiding voor Montessori bij de plaatselijke universiteit. Daar werd ik voorgesteld en heb ik het een en ander verteld over mijn eigen ervaringen. Op onderstaand filmpje, dat mijn man maakte, krijg je een indruk van de basisschool in Lodz die ik bezocht.

Advertentie
Dit bericht werd geplaatst in Montessori, Onderwijs en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s