Stille Rik

Rik komt naar me toe met een tekening. Ik kijk en zie een kerstman.
Wat ben ik blij met zijn tekenwerk! Eindelijk laat Rik zien dat hij kind kan zijn. Sinds de Sinterklaastijd zie ik alleen nog maar geknutselde mijters langskomen (elke dag maakte hij er wel één) en tekeningen van Sinterklazen met zwarte Pieten, huizen, bomen…. Rik is een Maleisisch kind dat nog maar een jaar in Nederland is. Met zijn Maleisische moeder en Nederlandse vader. Zijn moeder spreekt gebrekkig Engels en moeizaam Nederlands. Zijn vader zien we niet en waarschijnlijk ziet Rik hem ook weinig, want die man werkt de lange dag door.

Rik kwam bij mijn collega in de onderbouwgroep op school in de wintertijd. Wat een overgang moet dat geweest zijn voor hem: vanuit dat warme klimaat naar de winterkou die er toen in Nederland was.
Hij heeft een tijdje kunnen wennen aan ons onderwijs, onze cultuur, ons land. Na de zomervakantie kwam hij bij mij dus in een andere groep met 2 juffen. Ook veel grote kinderen. Slechts drie kinderen zijn er direct bekend voor hem, vanuit de onderbouw. Rik zwijgt… We geven hem de tijd om alles aan te zien. Maar als ik wat vraag, knikt hij meestal snel. Hij maakt sommetjes met het door ons aangeboden materiaal. We leren hem de letters die hij nog niet kent. Verder zit en zwijgt hij als de dag begint en wij niets met hem ondernemen. Maar … ook buiten staat hij maar aan de zijkant van het plein. In zijn te korte broek, zijn te dunne gymschoentjes, zijn te dunne jasje. Dan begin ik een gesprek en komt er langzaam uit dat hij wel van voetbal houdt. Ik stimuleer hem dan ook te vragen aan de voetballers om mee te mogen doen. Nee, dat doet hij niet. Ik laat het weer even. Maar bij de volgende pauze geef ik hem een zetje en zeg hard tegen de anderen: ‘Rik doet graag mee, hoor. Komt ie.’
Meteen wordt hij door de grotere jongens meegetroond. De schatten!
Sindsdien voetbalt hij mee.

maanEn nu tekent hij, uit zichzelf! Onlangs zat hij driftig iets van een tekening uit te gummen. Ik vroeg hem wat hij aan het doen was. Het was te donker. Ik zag inderdaad een blauwe achtergrond die op die plek wel erg dik blauw was. Ik vroeg hem wat dat blauw was. ‘De nacht’, zo zei hij. ‘Tja’, dacht ik even hardop,’dat is wel een stukje erg donkere nacht. Maar… weet je in de nacht kan de maan schijnen en dat maanlicht geeft over de hele hemel een mooie lichte glans. Ook als je er sterren bij maakt!’
Ik pakte een denkbeeldig geel potlood en deed voor hoe je dan over het blauw heen kunt kleuren, heel licht.
Rik knikte en begon te stralen. Ik ging weg en later kwam hij vol trots zijn maannacht laten zien. Ik vroeg hem of hij zijn tekening wilde ophangen of meenemen. Nee, die moest mee naar mama.

En elke keer weer vraag ik hem te praten, omdat ik hem dan veel beter kan begrijpen en ook veel beter kan helpen.
Deze dag staat hij bij me met zijn kerstmantekening. Hij straalt , maar zwijgt weer. Ik ben zo blij dat ik vergeet te doen alsof ik hem niet begrijp en zeg spontaan: ‘Wat mooi, Rik, dat is volgens mij de kerstman. Toch? Rik knikt. O ja, denk ik, ik wil proberen of hij los kan komen van mensen tekenen met ledematen stijf tegen de romp aangeklemd. Hoe ga ik dat bereiken?
Ja! Ik vraag Rik of hij ook kinderen erbij kan tekenen die naar de kerstman zwaaien. Rik schudt zijn hoofd. ‘Nee?’ zeg ik verbaasd en doe voor met mijn armen hoe dat eruit kan zien: een zwaaiarm. ‘Nou’, zeg ik, ‘als je nu weer eens een kersttekening maakt, misschien kun je dan eens proberen of je zwaaiende mensen erbij kunt tekenen.’
En ik laat hem gaan.

Na enige tijd staat hij weer bij me. Ik zit op dat moment achter mijn bureau en zeg plagerig: ‘Wat kom je doen?’
Hij lacht en trekt al mijn bureaula open.
‘Nou?’ houd ik aan.
Rik zegt keurig: ‘Ik wil je puntenslijper lenen.’
O, wat ben ik blij met deze volzin!!! Maar ik laat niks merken.
Na een tijdje komt hij weer. Ik reageer opnieuw met: ‘En wat kom jij nu doen?’
Rik lacht hartelijk : ‘Ik kom weer je puntenslijper lenen.’ ‘Alweer?’ zeg ik . ‘Ja’, zegt Rik, ‘nu voor een ander potlood.’
‘O’, zeg ik, ‘dan is het goed.’
En dan kan ik het niet laten en trek hem even naar me toe en prijs hem om zijn uitleg met woorden: ‘Ik vind het zo fijn dat je tegen me praat, dan begrijp ik jou meteen zo goed!’
En dan staat hij na een tijdje alweer bij me! ‘Wat kom je nu dan weer doen?’ vraag ik oprecht verbaasd,’Toch niet weer een punt slijpen?’
Maar Rik houdt een tekening in de lucht en duwt deze onder mijn neus.
Ik zie een ….zwaaiende kerstman!
Helemaal gelukt….
Samen hangen we deze prachttekening op. Per ongeluk hang ik hem verkeerd om. ‘Nee’, zegt Rik, ‘hij moet zo, want dat vind ik mooier.’

Advertentie
Geplaatst in Montessori, Onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Zo maar een dag

klas‘Juf, mag ik mijn cd meenemen van K3? Ik heb een nieuwe gekregen’ Een stralend koppie kijkt naar me op. Hoe zou ik dit kunnen weigeren als ik al een reden had om dat te doen?
De volgende ochtend voel ik niet zoals gebruikelijk het warme handje van dit meisje uit groep 3 in mijn hand belanden, maar een koud cd-doosje. “Mogen we dan ook een dansje doen hierop?” Natuurlijk!! Het meisje loopt direct naar twee andere meisjes toe in plaats van naar haar tafel om haar plantje en kleedje weg te zetten. Ze komen alle drie vragend naar me toe. “Nee, we gaan eerst naar gym, weet je nog?”
O ja…

Na de gymles is het tijd voor wat eten en voorlezen. Maar dan… nee, nog niet, want er zitten kinderen die hun werk af moeten maken en daarbij niet een dansmuziekje kunnen aanhoren. Op de gang is ook geen optie: die galmt enorm.
Zo weet ik het te rekken tot na de lunchpauze. Maar dan mogen ze. Ik zet mijn installatie op een tafel in een hoek van de klas. De drie meisjes leer ik hoe ze de cd-speler moeten bedienen. Als ze het niet meer weten, is er een jongen uit groep 6 die bijspringt. Maar deze zelfde jongen moet verder met vermenigvuldigsommen. Hij kiest wijselijk een hoekje voor zijn kleedje met het vermenigvuldigbord ver weg van de danseresjes.

Er ontspint zich een discussie tussen twee jongens uit groep 5. Ik vang flarden op: “… zeker stomme K3… nooit eens een keer piratenmuziek of zo… ja, hoor, ik zei het je toch: K3…”
Ik loop naar de jongens toe en zeg hen dat zij deze muziek niet leuk hoeven te vinden, maar dat ze wel moeten begrijpen dat andere kinderen deze muziek wel leuk kunnen vinden. En dat ze daar niet zo lelijk over moeten praten. Dat zij ook best muziek mee mogen nemen, als zij van piratenmuziek houden, kunnen zij die muziek meenemen. Deze meisjes zo slim geweest om dat te organiseren. De jongens zijn stil en denken zichtbaar na.

Er zijn ook twee andere jongetjes uit groep 3, waarvan er één helemaal mee staat te dansen op zijn manier, in een ander hoekje van de klas. De ander kijkt het eerst even aan en gaat dan meeduwen, wild doen.
Ik moet ingrijpen en stel voor dat zij mogen meedansen, maar niet bij de meisjes in de buurt. Dat zij ook best eens mogen dansen op muziek die zij dan meenemen.
Ze twijfelen en stoppen ermee. Ze hebben kort overleg en dan zie ik ze hun liedjesmap pakken uit hun la. Ze willen liedjes gaan zingen. Ik zeg dat ze dan beter de gang op kunnen gaan om niet twee muziekjes door elkaar te hoeven horen.
Op de gang zijn inmiddels de twee discussiėrende jongens aan het bouwen met constructiemateriaal. De twee zangertjes gaan op een zitkussen zitten midden in de gang en ik hoor ze zingen: ” Nottebelle Margarinetta, moetjes wat ore..” (van Toon Hermans) en hun vingertjes wijzen zo goed en kwaad als het gaat de letters mee, die ze nog net niet kunnen lezen!
Ik ga de jongen met het vermenigvuldigbord helpen en prijs hem dat hij zo goed doorwerkt met die muziek en beweging om hem heen! Hij straalt.

Opeens staat het ‘wilde zangertje’ bij me: “Juf, hij zegt dat het is..” en hij zingt met zijn vinger bij het woordje ‘wood’ de eerste regel van het liedje: “In a dark, dark house..” waarop ik zing: “In a dark, dark wood” en het jochie vliegt weg.
Dit ventje wilde maar niet letters leren; hij onthield ze niet en deed alles rond taal met tegenzin. Maar hij is tweetalig opgevoed: zijn moeder is Engelse en zijn vader Nederlander. De Engelse liedjes hebben dus wel zijn belangstelling! En wat blijkt ? Hij kan het andere jongetje, dat wel al kan lezen, mooi vertellen over de woordjes die in het Engels geschreven staan, want die herkent ze niet! En de danseresjes? Ze hebben hun dans laten zien aan de jongens, o.a. aan hen die niet van K3 hielden. Maar ook aan een paar kleuters die nieuwsgierig waren naar de muziek…. waaronder een kleuterjongen die nog nooit gedurfd had om ergens anders op af te gaan, dan naar zijn eigen veilige klas met zijn eigen vertrouwde juf. Hij bleef na het optreden even rondkijken, waarop het ‘wilde jongetje’ zei: “Kom maar, wil je ook tekenen?” En ja, dat wilde dit mannetje wel………

Geplaatst in Montessori, Onderwijs | Tags: , | Een reactie plaatsen

Impressie van het Montessori onderwijs in de praktijk

Een dag op een Montessori school

Voorbeelden van kosmisch onderwijs op een Montessori school in de praktijk

Geplaatst in Montessori, Onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Mijn ervaringen als Montessori leidster

Artikel geplaatst in Montessori Mededelingen voorjaar 2012 over het “passende onderwijs” dat een Montessorischool kan bieden.
Artikel geplaatst in Montessori Mededelingen voorjaar 2013 over de misverstanden die er bestaan over Kosmisch Onderwijs

Onderstaand stukje schreef ik al in november 2006, toen ik inmiddels aan mijn vierde jaar was begonnen van een compleet nieuwe Montessori-school in Utrecht. Het geeft een beeld hoe ik toen bezig was en daar veel geleerd heb. Op mijn huidige school kan ik daar nog steeds op voortborduren.

November 2006.

rietjeIn mijn klas zitten kinderen van allerlei niveau’s. Letterlijk van groep 5 tot 8. Dat is eigenlijk iets te veel van het goede, maar logistiek kon dat dit jaar bijna niet anders. We zijn namelijk een startende school. Maar drie groepen bij elkaar is standaard bij Montessori. Elk kind is eerst jongste, dan middelste, dan oudste, en daarna begint deze cyclus opnieuw. Jongere kinderen leren van oudere en iedereen moet voortdurend met elkaar rekening houden. Het is zelfs zo dat alle kinderen geregeld individueel “op bezoek gaan” in een andere bouw. Zo komen zelfs bovenbouwers soms bij de kleuters en geven daar lesjes aan deze kinderen. De meeste kinderen vinden dat heel leuk.

Laatst werd ons vanuit de overheid bijna een “pestproject” opgedrongen. Ik vind dat bij ons echt niet nodig. Goede omgang met elkaar is een standaardgegeven bij een Montessorischool, en het hele systeem is zo ingericht dat dat meestal ook goed gaat. Natuurlijk zijn er wel eens problemen, maar die worden meestal snel opgelost. Het eerste wat ik doe aan het begin van elk nieuw schooljaar is werken aan een goede sfeer in de groep, waarbij iedereen tot zijn recht komt maar ook rekening houdt met elkaar. Er zit een autistisch kind in de klas. Dat is lastig, want hij heeft niet in de gaten wat hij fout doet en valt ook in herhaling. Maar bijna alle kinderen weten hoe ze met hem om moeten gaan en inmiddels betekent dit dat hij weinig kansen meer krijgt om de boel echt te ontregelen. Hij blijft overigens wel veel aandacht vragen. Veel problemen kun je voorkomen door ze voor te zijn, dus dat vraagt extra alertheid. Hij zat hiervoor op een gewone klassikale school en daar ging het helemaal fout. Het grootste probleem hebben eigenlijk de overblijfouders met hem. Ze vinden hem maar stout en lastig. Je ziet het nl. niet aan de buitenkant, maar hij heeft echt een afwijking en kan er weinig aan doen. Gelukkig heb ik sinds kort hulp vanuit het onderwijs-expertisecentrum. Het is belangrijk dat zo’n jongen er achter komt wat zijn probleem is. En verder wordt het zaak dat hij straks een goede vervolgschool krijgt.

Maar zo zijn er meer. In de klas zitten diverse kinderen die “mislukt” zijn op andere scholen, meestal omdat ze gepest werden. Ze voelen zich nu veilig. Samen met de ouders werk ik er wel aan dat ze wat meer weerbaar worden. Zo probeer ik al een tijd voor elkaar te krijgen dat een meisje naar weerbaarheidstraining gaat. Dat is echt goed, ik heb zelf een keer zo’n training bijgewoond om te kijken wat ze daar allemaal doen. Ik heb ook kinderen gehad, die alleen maar in een 1 op 1 situatie kunnen functioneren. Je weet dan dat dat bij ons niet kan, dat zou echt te veel ten koste gaan van de rest. Het is tegenwoordig niet zo makkelijk om zo’n kind te verwijzen naar het speciaal onderwijs, waar ze absoluut het beste af zijn. Er moeten eerst allerlei handelingsplannen op gezet worden, en een hele papierwinkel moet worden doorworsteld. Dat kost veel tijd en gedoe. Maar het is logisch, want je kunt niet iedereen zo maar verwijzen. Dit soort dingen maken het vak soms wel heel zwaar.

Is deze Montessorischool nu een bijzondere school? Ik vind zelf eigenlijk alles vanzelfsprekend, maar vooral buitenstaanders laten me soms zien dat het best bijzonder is wat er hier gebeurt. Op welke school zie je dat bij een kring de jongens en meisjes door elkaar gaan zitten? Hier dus. Ik heb een keer gezegd, toen iedereen in groepjes ging “klitten”: “wat ongezellig”. Sindsdien hoef ik dat nooit meer te zeggen en de kinderen vinden het prima! Iedereen heeft natuurlijk zijn vriendjes of vriendinnetjes, maar tegelijk is de klas ook een groep, waarin iedereen zich thuisvoelt.

Sinds kort geef ik ook les aan de pabo, ik verzorg daar een deel van de Montessori-opleiding. Maria Montessori heeft een kleine honderd jaar geleden, na ervaringen met achterstandskinderen in Napels, een prachtig systeem ontwikkeld, welk nog steeds actueel is. Het draait wat mij betreft in de eerste plaats om wat Montessori “kosmische opvoeding” noemde. Dat is: hoe ga je met elkaar als kind om, hoe met volwassenen, hoe zorg je voor je omgeving, voor spullen, dat soort dingen dus. En niet alleen als een soort “katechismus”. Ze geeft ook handvaten hoe je dat in de praktijk kunt verwezenlijken. De inrichting van de klas, de klasseregels, al dat soort dingen zijn er een onderdeel van. Het hele management, hoe je je rondje maakt, hoe je observeert, daar begint het mee. Ik merk dat een aantal collega’s dit nog niet echt goed voor elkaar heeft, en daar valt of staat het systeem wel mee! De kinderen krijgen bij een goed werkend Montessorisysteem al snel veel zelfvertrouwen, en volgens mij is dat de belangrijkste basis die ze kunnen krijgen. Een ander gevaar van deze tijd is dat de kwaliteit van de pabostudenten achteruit holt, hier ben ik het met de negatieve criticasters eens. Ook is het gevaar groot dat bij de opleiding de aandacht te snel uitgaat naar de techniek achter het gebruik van de materialen. Montessori heeft nl. een heel systeem uitgedacht hoe je vooral met rekenen de kinderen inzicht kunt geven. Een prachtig systeem op basis van allerlei materialen, maar alles valt of staat met de algehele Montessoripedagogiek. Daar draait het om. Ook moet je om goed “kosmisch onderwijs” te kunnen geven zelf veel kennis en achtergrond hebben, nieuwsgierig zijn en actueel willen blijven.

Een grote uitdaging is nog om onze opvoedingsidealen en die van de ouders op elkaar af te stemmen. Dat gaat niet altijd even goed. Wat dat betreft kunnen we veel leren van de aanpak van de onderwijscentra van Reggio Emilia, een streek in Noord-Italie waar de ouders heel hecht bij het onderwijs worden betrokken. Het is soms heel frustrerend als je merkt dat ouders thuis tegen kinderen zeggen: “sla er maar op, bijt van je af”, terwijl wij ze leren hoe je problemen allemaal kunt oplossen.

Ik werk m.b.t. de zaakvakken niet met een methode, maar voortdurend met allerlei thema’s. Deze worden in een verband gebracht door middel van bijv. “de tijdlijn van het leven”, “de tijdlijn van de cultuur” enz. Ik probeer in de drie jaar dat de kinderen bij mij zijn de belangrijkste dingen aan de orde te laten komen, maar de onderwerpen liggen in die drie jaar niet voor 100% vast. Net was de opening van een Romeins park in de buurt. Dé aanleiding om er een thema aan te koppelen. Ik kijk dan even niet naar mijn eerdere planning. Bij dat thema maak ik altijd een link naar een eerder thema, in dit geval een eerder thema van het domein “geschiedenis”. Vorig jaar ben ik nl. o.a. met de middeleeuwen bezig geweest, dus de aansluiting vanuit “Romeinen” behandel ik dan nu ook en ik haal bij de kinderen op wat ze allemaal nog van de Middeleeuwen weten. Veel collega’s vinden deze manier van werken erg moeilijk. Er zijn ook erg veel pabostudenten die blijken slechts een erg beperkte interesse in dingen te hebben. Zij lijken mij eigenlijk ongeschikt voor het onderwijs, maar zeker voor het Montessori-onderwijs! Ik zelf zou eigenlijk niet anders meer willen, maar misschien ontkom ik er toch niet aan om op een gegeven moment allerlei methodes te gaan gebruiken, omdat collega’s niet zonder kunnen en de school dan maar besluit om hieraan tegemoet te komen.

En dan de expressievakken. Jammer genoeg door Maria Montessori weinig uitgewerkt. Ik vind ze essentieel. Ze geven zoveel mogelijkheden tot inspiratie, tot verwerking, en tot algemene vorming van de kinderen. Nu is dit nog te veel iets dat aan de toevallige bekwaamheden en interesses van de groepsleerkracht wordt overgelaten. Goede vakleerkrachten voor muziek, dans, drama vind ik minstens zo belangrijk als de verplichte vakleerkracht gymnastiek. Het af en toe mee doen aan een project van de plaatselijke stichting kunstzinnige vorming vind ik eigenlijk te weinig. Kijk nu naar het vak Engels, hoe makkelijk leren kinderen de taal niet door een liedje of toneelstukje er bij te betrekken? Een goede muziekles geeft plezier en geeft verbondenheid. Ik hoor hier in de publieke discussie over het onderwijs niets over! Maar ik merk dat scholen geen geld hebben voor vakleerkrachten en dat er slechts weinig docenten zijn die voldoende in staat zijn om hier goed vorm aan te geven.

En dan toetsen. Toetsen zijn altijd gericht op de middelmaat: zit je erboven of eronder. Waar zijn de toetsen m.b.t. sociaal-emotioneel functioneren, m.b.t. zelfvertrouwen? Het meest essentiele wat je kunt leren op een basisschool en waar je verdere functioneren van afhangt wordt niet getoetst. In plaats daarvan wordt getoetst of je onder of boven de gemiddelde cognitieve norm zit. En dat krijg je als kind dan maar elk jaar weer te horen (op of onder niveau). Waarom in godsnaam niet uitgaan van het kind? Voor het vervolgonderwijs weet je meestal in groep 3 al waar de mogelijkheden van een kind liggen. (Je mag dat niet hardop zeggen, maar elke juf of meester zal dit beamen…) Volg het kind in die mogelijkheden en zoek uiteindelijk de school waar het kind na de basisschool het beste tot zijn recht komt. Dat heeft niets met “op” of “onder” niveau te maken. Met het kind volgen bedoel ik niet iets lijdzaams. Nee, natuurlijk moet het kind ook voortdurend prikkels krijgen. Maar liefst niet de negatieve prikkels die uitgaan van “onder niveau”. Je ziet een natuurlijke ontwikkelingslijn zoals die bij dat speciale kind hoort, en kijkt hoe het kind zich daarin ontwikkelt. Als er stagneringen zijn weet je meestal als groepsleerkracht hoe dat komt en probeer je het kind te helpen. Citotoetsen suggereren houvast. Het is tegenwoordig bijna een doodzonde om dit houvast te relativeren. Het is bij mij nog nooit voorgekomen dat ik wijzer ben geworden m.b.t. de ontwikkeling van een kind, nadat een kind een toets had gemaakt. Door naar zijn dagelijkse werk te kijken weet ik veel meer. Ik weet bijv. waarom een kind vreemde dingen doet met spelling, of alle sommen met “min” fout maakt. Mijn beslissingen om bepaalde kinderen alleen te laten werken, sommige verregaand voor te schrijven wat ze allemaal moeten doen op een dag, andere juist heel vrij te laten, dat heeft allemaal te maken met “waarom” een kind problemen ergens mee heeft. Dat leid je zelden uit een toets af. Bij het Montessori-onderwijs is de observatie essentieel. Dat doe je dagelijks, je kent alle kinderen ook op leergebied al snel door en door en toetsen voegen weinig toe. Voor het vervolgonderwijs is het minstens zo belangrijk of een kind leren erg leuk vindt, heeft het brede interesses, is het erg speels en dat soort dingen. De Cito-toets is dus voor mij absoluut niet heilig en zegt slechts een deel van wat je wilt weten. En als de uitslag afwijkt van wat je zelf denkt, dan blijk ik altijd gelijk te hebben zeg ik heel arrogant. (Ik weet namelijk altijd dingen die de cito-toets niet weet). Helemaal gevaarlijk is het als je als leerkracht naar de cito-toets gaat “toewerken”, als je het onderwijs eenzijdig gaat inrichten. Ik hoop dat dat bij mij nooit zal gebeuren!

De ervaringen van een buitenstaander met het Montessori-systeem

herfstbak3

Uit hoofde van een muziekproject waar ik een tijdlang mee bezig was kwam ik een tijdlang enkele keren in de klas van mijn vrouw Rietje, die bovenbouwleidster is van een Montessori-school. Ze vertelde me daarvoor al dagelijks over “haar” kinderen. Ze gingen toen al echt voor me leven, maar na deze bezoeken ben ik helemaal enthousiast geworden over het Montessori-systeem. Het is wat mij betreft een vorm van nieuw leren, welk al lang bestaat, welk heel wat valkuilen waar andere systemen van nieuw leren zich zondig aan maken heeft weten te dempen. Dat wil niet zeggen dat ook hier alles overal optimaal verloopt. Ook m.b.t. Montessori komen er steeds meer mogelijke problemen op de scholen af. Ik geef hieronder enkele dingen weer die me zijn opgevallen tijdens mijn bezoekjes.

Het is herfst. Ik kom binnen en het eerste wat me opvalt is de enorme rust. Als ik een tijdje naar de kinderen kijk valt me op hoe gedisciplineerd en beleefd ze zijn. Je voelt iets van “Je bent welkom, maar we zijn aan het werk, houd daar rekening mee”. De klas is opvallend licht en ruim, en behalve allerlei kasten met boeken en Montessori-materialen zijn de wanden vrij kaal en rustig. Rietje overhoort een kind welk de topografie-kaart van Spanje heeft geleerd: “Zaragoza, Valencia, Madrid, Granados….”. Intussen zijn drie kinderen in een hoek bij de draagbare cd-speler het liedje “It’s raining” aan het oefenen, waar ze ook een toneelstukje in het Engels bij hebben gemaakt. Rietje heeft hen hierbij in een eerder stadium geholpen, want de Engelse tekst moet wel goed uitgesproken worden. Maar nu nog oefenen! Af en toe worden ze wat te enthousiast en gaat het te hard. Een kleine vermaning (Rietje noemt een naam) en het gaat zachter. Op een kleedje midden in het lokaal op de grond zitten twee kinderen met het zogenaamde vermenigvuldigbord sommen te maken. Ze leggen er allerlei dingen neer (de som) en iedere keer als ze een som gemaakt hebben schrijven ze deze + de uitkomst op een blaadje. Er staan al zes sommen, ze gaan het zich nu moeilijker maken vertellen ze me! Op de aandachtstafel, die staat op een uitnodigende plek in de ruimte, liggen boeken over “lagere diersoorten”. Er naast staat een aquarium met slootwater, en op een tafeltje staat een microscoop. Twee kinderen zijn bezig een druppel op een microscoop-plaatje te deponeren. Een kind doet dit heel voorzichtig, de tong uit de mond, de ander kijkt gespannen toe. Ze gaan een “wetenschappelijke” beschrijving maken van alles wat ze zien. Hopelijk kunnen ze ook iets determineren m.b.v. een van de boeken. Aan de computer zit een ander kind een werkstuk te maken over spinnen. Met een digitale camera heeft ze van dichtbij allerlei soorten spinnen gefotografeerd. Ze moest letten op “waar het beest zat”. Van elke spin moest ze ook opschrijven hoe groot die was. Ze heeft al vijf verschillende spinnen gevonden de laatste dagen, ze wist niet dat er in Nederland zoveel verschillende waren! Nieuwsgierig kijk ik op het scherm naar de “gewone hooiwagen”, die er op zo’n foto elegant uitziet, met strepen op zijn rug waarvan ik het bestaan niet wist. “Hij zat op het plafond” zegt het bijschrift. Er heerst bedrijvigheid. Er wordt gepraat. Als het spreekniveau te hoog dreigt te worden corrigeert Rietje dit met een kleine vermaning. Iedereen is bezig, er wordt rekening gehouden met elkaar. Alle kinderen lopen bijv. keurig om het kleedje heen, waar de twee eerder genoemde kinderen op zitten te werken. Als iemand ergens mee klaar is worden de spullen zorgvuldig opgeruimd.

En ik kom vaker in verband met het muziekproject in de klas terug, en elke keer tref ik een vergelijkbare prettige werksfeer aan. Wat een genot, wat een verademing als ik dit vergelijk met de sfeer zoals ik die bij hetzelfde project meemaak op andere scholen in Rotterdam! Ik begin steeds meer “Montessori-fan” te worden!

Bovenstaande  stukjes gaan over de periode 2002 tot en met 2009. Veel korte artikelen van mijn ervaringen zijn te vinden bij andere stukjes met betrekking tot het Montessori onderwijs. Ze staan bij de categorie “Montessori”. Voordat ik in Utrecht werkte was ik leidster in Capelle aan den IJssel, van 1991 tot 2002. In 1996 vond er een uitwisseling plaats met een Montessorischool uit Polen. Zij kwamen bij ons kijken en daarna  bezocht ik met mijn man hun Montessori basisschool in Lodz. Wat een enthousiasme bij de leerkrachten! Er is weinig geld, maar met dat wat ze hadden deden ze fantastische dingen. Ik denk dat veel Montessori-scholen daar een voorbeeld aan kunnen nemen. Wat viel op? Veel aandacht voor kosmisch onderwijs, grote zelfstandigheid bij de kinderen, goed muziekonderwijs. Ruime klassen, daar was ik wel jaloers op… En natuurlijk dingen die bij de Poolse cultuur horen, zoals een hoekje om te bidden. En alle kinderen eten tussen de middag warm. De kleuters gaan daarna naar bed. Ik mocht ook gaan kijken bij de opleiding voor Montessori bij de plaatselijke universiteit. Daar werd ik voorgesteld en heb ik het een en ander verteld over mijn eigen ervaringen. Op onderstaand filmpje, dat mijn man maakte, krijg je een indruk van de basisschool in Lodz die ik bezocht.

Geplaatst in Montessori, Onderwijs | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

De Montessori materialen

Er zijn door Maria Montessori maar ook door diverse andere mensen materialen ontwikkeld om te gebruiken binnen het onderwijs. Deze materialen hebben vaak enkele belangrijke kenmerken: ze zijn uitnodigend, er zijn soms variaties mogelijk, ze zijn bijna altijd zelfsturend. De variaties die bijna elke materiaal heeft in het gebruik worden vooral ook in de opleiding tot Montessori-leidster geleerd. Maar het ontdekken van de variatiemogelijkheden heeft ook met een belangrijke basishouding te maken, waarbij je speels en nieuwsgierig als een kind ook zelf naar het materiaal kan kijken. Het zelfsturende is dat er bijna altijd een controle op de fout is ingebouwd, waardoor het kind doeltreffend kan oefenen. Het bespreken van de materialen voert in het kader van deze site veel te ver. Om ook de ouders wat meer inzicht hierin te geven worden er regelmatig materiaalavonden georganiseerd, soms met nagebootste lesjes waarbij een ouder of andere leidster het kind speelt die een lesje krijgt. De materialen zijn in het algemeen gericht op zintuiglijke ervaring, rekenonderwijs en lees-en taalonderwijs. Veel van de meest gebruikelijk materialen kun je vinden op de site van de leverancier Nienhuis.

Geplaatst in Montessori, Onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De Pedagogiek van het Montessori Onderwijs

blokkengebouw

 

 

 

 

De pedagogiek en de didactiek van het Montessori-onderwijs zijn sterk met elkaar verweven. Zo hebben de door Maria Montessori ontwikkelde materialen niet alleen een didactische functie maar er zitten tegelijk pedagogische dingen aan vast. Ook de klasse organisatie heeft vooral een pedagogisch doel.

 

Drie jaren bij elkaar

In een gebruikelijke Montessoriklas zitten groep 1 en 2, groep 3,4 en 5, en tot slot de groepen 6, 7 en 8 bij elkaar in de klas. Zo spreken we over een onderbouw, middenbouw en bovenbouw in een Montessori basisschool. In de middenbouw beginnen de kinderen als jongste kind, dan zijn ze middelste kind en tot slot oudste kind. In de bovenbouw begint deze cyclus opnieuw. De jongste kinderen zien vooral van de oudere kinderen wat de regels zijn, hoe alles werkt, en wennen zo op een natuurlijke manier aan de nieuwe situatie. De oudste kinderen krijgen meer verantwoordelijkheid en voelen zich groot en belangrijk. Maar ook zij moeten daarna er aan wennen dat ze weer jongste kind in de bovenbouw zijn. Als de kinderen na afloop van de basisschool naar het voortgezet onderwijs gaan worden ze in een klap weer de jongsten, helaas dan meestal niet in gemengde groepen. Maria Montessori bootst hier bewust een soort gezinssituatie na waar jongere kinderen ook leren van oudere kinderen en oudere kinderen zich verantwoordelijk gaan voelen voor de jongsten. Omdat de leidster vaak met een kind individueel bezig is of een groepslesje geeft aan enkele kinderen moeten kinderen die met hun werk vastlopen dan wachten. Regel is dat ze dan om hulp vragen bij een ander kind, en als het niet anders kan tijdelijk een ander werkje gaan doen tot de leidster tijd heeft om te helpen. Geduld en behulpzaamheid als pedagogische doelen zitten zo ingebouwd in het jaargroepen systeem.

Zorgzaamheid

Kinderen moeten leren rekening te houden met elkaar, met volwassenen, goed leren zorgen voor alle spullen in de klas en nog meer. Zo komen de kinderen ‘s ochtends binnen en geven de leidster een hand. Op dat moment voelt een leidster vaak al of er iets bijzonders is, zelfs als het kind dat niet uit zich zelf vertelt. Maar ook worden op dat moment vaak gelijk al dingen verteld die het kind bezig houden. Het kind bergt zijn spullen op en gaat zijn eigen tafeltje verzorgen door er een kleedje op te leggen. In veel Montessorischolen verzorgt ook elk kind een eigen plantje, al dan niet op het tafeltje. Sommige kinderen hebben ook taken om vissen te verzorgen, of planten op de gang. Tijdens de dag werken sommige kinderen op de grond op een kleedje. Dat is bij het gebruik van sommige Montessorimaterialen een vereiste. Zo leggen ze woorden, maken kettingen enz. Dat heeft tot gevolg dat het belangrijk is dat er genoeg ruimte is in de klas, maar het is ook belangrijk dat alle kinderen voortdurend rekening houden met de kleedjes. Iedereen is er al snel aan gewend om daar omzichtig om heen te lopen. Er is een soort “bijennest” van bedrijvigheid in een klas, maar zonder dat kinderen elkaar storen. Ook leren de kinderen hoe ze met materialen moeten lopen, hoe ze het moeten opruimen, en meestal een keer per week wordt er gedurende een tijd in de klas grote schoonmaak gehouden door alle kinderen, waarbij iedereen zijn eigen taak heeft.

De kring, presentaties en spreekbeurten

Kinderen krijgen regelmatig de kans om zich te leren uiten in het openbaar. Veel scholen hebben een maandagkring waarin een aantal kinderen iets mogen vertellen over het weekend. Daarnaast zijn er regelmatig spreekbeurten of verzorgen kinderen presentaties. Hierin worden ze uiteraard begeleid, maar ze leren ook veel van andere presentaties en ze leren deze ook te evalueren.

Kosmisch onderwijs en expressievakken

visMaria Montessori zag het onderwijs als enorm samenhangend. Bij alles is de zorg voor elkaar belangrijk. Verder maakte ze zich sterk om de kinderen zich bewust te laten worden van de samenhang van dingen. Bij een onderzoek van een aantal jaren geleden naar de opleiding tot vliegenier is gebleken dat er een zeer groot rendement wordt behaald als de studenten vooral leren hoe alles met elkaar te maken heeft, hoe het hele systeem in elkaar zit. De technische details zijn dan veel makkelijker te leren. Dat was precies de visie van Maria Montessori. Systematiseren is een van de uitgangspunten. Zo brengt het kind steeds meer ordening in zijn omgeving. Er is een dierenbak waar kinderen leren wat het verschil is tussen allerlei dieren, er is een tijdlijn waar allerlei gebeurtenissen een plaats in krijgen. Montessori vindt het daarom ook belangrijk om het over dinosauriërs e.d. te hebben, terwijl dat niet in de kerndoelen van het basisonderwijs staat. Dinosauriërs vormen immers een belangrijke schakel in de tijd. Bij het rekenonderwijs worden van begin af aan ook grote getallen gebruikt, het Montessori rekenmateriaal leert kinderen vooral ook verhoudingen ontdekken. Aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, maatschappijleer: dat alles heet bij Montessori kosmisch onderwijs en wordt aangeboden in samenhangende thema’s. Bij de verwerkingen, soms ook al bij de introductie van een nieuw thema, worden altijd ook expressievakken als tekenen, knutselen, muziek, toneel, dans gebruikt. Nieuwe dingen worden niet alleen geleerd maar ook beleefd, in een zgn. kosmisch geheel.

Authentiek onderwijs, de rol van de ouders

Kinderen krijgen al op kleuterleeftijd verantwoordelijkheden. Ze lopen met echte kopjes warme thee over de gang om die naar de juf te brengen. Dat gaat altijd goed. Ze zijn apetrots dat ze dat kunnen en mogen. De verantwoordelijkheden worden steeds groter en kinderen worden er sterk en zelfbewust door. Verkeersles is vooral met de groep gaan fietsen naar bijv. een museum. Onderweg worden de verkeersregels besproken en leer je hoe je je ook in het verkeer moet gedragen. Het is belangrijk dat ook de ouders achter deze aanpak staan. Er zijn dan ook regelmatig bijeenkomsten waarbij vooral de pedagogiek van het Montessori-onderwijs besproken wordt, vanuit de ervaringen van de leerkracht maar ook vanuit de ervaringen van de ouders in de thuissituatie. Soms wordt er dan voor een thema gekozen waarbij een extern deskundige wordt uitgenodigd. Ouders worden ook op andere manieren betrokken bij het onderwijs. Met name in het begin van de middenbouw moet er veel individueel geoefend worden met sommige kinderen om het leesproces een extra duwtje te geven. Zo zijn er dan altijd enkele leesouders op de gang aan het werk met individuele kinderen. Ook bij sommige feesten als Sinterklaas is het erg fijn als enkele ouders mee helpen om het feest een extra feestelijk tintje te geven.

Geplaatst in Montessori, Onderwijs | Tags: , | Een reactie plaatsen

Maria Montessori

Wie was Maria Montessori?

MariaMontessoriMaria Montessori was een zeer markante vrouw. Geboren in 1870, was zij de eerste vrouw die een medische titel verwierf op een Italiaanse universiteit. Hierna werd ze directeur van een school met achterstandskinderen in Napels. Ze behaalde opvallende resultaten met deze doelgroep. Bij officiële examens scoorden de kinderen opvallend goed. De methodes die ze voor deze kinderen gebruikte leken haar eigenlijk ook geschikt voor de meer reguliere kinderen. Hierop door filosoferend ontwierp ze haar pedagogiek en didactiek die nog steeds blijkt te werken. Ze schreef diverse boeken en ging de ideeën ook uitdragen buiten Italië. Vooral in Nederland sloeg de pedagogiek en didactiek aan en werden er op veel plaatsen Montessori-scholen opgericht. Een van haar belangrijkste pedagogische ideeën laten zich samenvatten in de slogan: “leer het mezelf te doen”

Maria Montessori wilde al het potentieel van een kind zo goed mogelijk ontwikkelen. Dit bereikte zij o.a. door het kind goed te observeren en daardoor te zien hoe dit het beste verder geholpen kan worden. Levensechte situaties waren belangrijk, daarnaast respect voor de medeleerling, de leidster en de omgeving. Zo merkte ze dat de Montessori-opvoeding” een kind sterk, zelfstandig en zelfbewust maakt. Het kind kwam er achter wat het kon. En verder leerde het kind steeds rekening te houden met iedereen. Omdat een kind veel mocht en in positieve zin gestimuleerd werd, zou het makkelijk alle noodzakelijke omgangsregels accepteren. Zo ontstond er volgens Maria Montessori er een voor iedereen veilige omgeving waarin iedereen zich lekker voelde. Verder ontdekte ze dat elk kind een aantal belangrijke ontwikkelstadia doormaakte. Bij elke periode moest in haar optiek de leeromgeving er ook anders uitzien. Ze constateerde dat een kind tot ongeveer 6 jaar alles uit zijn omgeving bijna letterlijk opslurpt en zeer zintuiglijk is ingesteld. Tot 12 jaar wordt langzaam het vermogen tot abstractie ontwikkeld, maar ook de fantasiewereld blijft nog erg belangrijk. Na het 12e jaar leert het kind zich een plaats verwerven in de maatschappij van de volwassenen. Maria Montessori was ervan overtuigd dat de wereld bij een opvoeding zoals zij die voor zich zag er beter zou gaan uit zien.

In 2007 bestond het Montessori onderwijs in Nederland 100 jaar. RTL4 maakte een kleine reportage op Montessori-school Arcade waar ik toen werkte.

Geplaatst in Montessori, Onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Eeuwigheidswaarde van het gregoriaans

Heerlijk weer dat gregoriaanse zingen. De melodie spint maar voort, rolt maar door en ja, daar komt een mooie afsluiting. We ronden mooi af met elkaar.

Nee, de dirigent Wilko Brouwers heeft commentaar. Tweede regel. Quia mirabilia

1460826872736-1074301208


Hij wijst ons op het ritenuto (vertraging)  dat in het gregoriaans niet past. Er staan streepjes op bijvoorbeeld het woord ‘alleluia’, die een verbreding van de tonen aangeven. Er staat ook nog een punt achter, die verlenging vraagt. Maar toch zing je niet zoals in andere muziek de nadrukkelijke vertraging, maar geef je deze tonen wat meer betekenis, waarna je weer voorwaarts denkt. In een monnikenleven wordt het zingen hooguit even onderbroken door andere activiteiten als mediteren, eten, werken, maar dan wordt het zingen weer opgepakt. Een ritenuto is veel te veel toewerken naar een volledige afsluiting. Maar bij de monnik, de kloosterling heeft het gregoriaans een eeuwigheidswaarde. Het gaat maar door.

14608275111212121494699

Zo geeft Wilko nog een mooi beeld waarin hij wil vertellen over de noot fa die centraal staat in een fragment. (Zie in het notenvoorbeeld hierboven de eerste regel, op de tweede lijn van boven de noot met of zonder stok die daar doorheen getekend is.) Alle andere noten willen ervan weg en er toch ook weer naar terug. Hij vergelijkt dit met een baby, die wegkruipt van zijn moeder en steeds kijkt of zijn moeder er nog wel is. Steeds iets verder van haar vandaan, maar dan snel weer ernaar toe.
Bij het onderstaande fragment komt er weer een ander aandachtspunt. Een ogenschijnlijk eenvoudige melodie, waar je fijn in weg kunt mijmeren, totdat Wilko onze aandacht vestigt op die ene noot. (Zie de omcirkelde noot met pijl erbij getekend). In een reeks van noten gaat opeens eentje omhoog. Dat moet je je bewust zijn, daar kun je niet zomaar overheen zingen!

1460828779901-1181591454.jpg

En zo gaat elk muziekstuk leven. Wat een rijkdom zit in deze muziek. En Wilko laat ons deze rijkdom ervaren.

Ja, je kunt er eeuwig mee doorgaan.

Geplaatst in Muziek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Wat moet een juf veel weten en kunnen…

De kinderen druppelen de klas binnen. Ik geef elk kind een hand en kijk het in de ogen. Zo kan ik al veel zien. Is het kind blij, rustig, druk, moe of wat dan ook? Dit keer is het de ouder die mij aanspreekt. Zijn dochter wilde niet naar school. Conflicten bij de buitenschoolse opvang. Een club meisjes wil haar niet toelaten. Alle alarmbellen gaan af bij mij. Ik vraag kort om wie het allemaal gaat. Een aantal meiden uit mijn groep en een meisje uit een andere groep. Ik weet genoeg.

De dag start. We beginnen met lezen. Meteen komt het eerste spannende moment, want er is een jochie dat steeds een boek pakt van een te hoog niveau. Schaamte om zijn trage leesontwikkeling? En ja hoor, daar staat hij alweer. Ik houd voet bij stuk met angst in mijn lijf om een mogelijke woedeuitbarsting waar hij vaak last van heeft. Ik wil zo de dag niet starten, maar ja…. Ik maak hem duidelijk dat ik weet wat goed voor hem is en dat ik dit wil om hem te helpen. Ik vraag om zijn vertrouwen in mij. Dit woord vertrouwen is uitgebreid besproken in een gesprek over de waarden die wij als school willen uitdragen. Zou hij zich dit herinneren? Hij accepteert het en gaat lezen.

Daarna gaan we naar gym. Vrijwel aan het eind van de gymles ontvlamt een meisje in woede. Ze voelt zich te ruw behandeld door de tikker. Deze reageert ook fel, want hij zit emotioneel ook wat ingewikkeld in elkaar. De andere kinderen laten dit meisje vaak met rust omdat ze weten: zij is even niet vooor rede vatbaar. Nee, deze jongen kan of wil of ziet dit nog niet. De gymjuf houdt het meisje tegen omdat ze als een wilde tijger (ze gromt er werkelijk bij) op het jongetje dat vele malen kleiner is, niet jonger, af dreigt te vliegen. Nu wordt het een wilde furie en krabt en bijt en schopt. Ik grijp in en probeer haar met woorden te kalmeren. Maar ik moet haar stevig vasthouden, want ze blijft zich verzetten. Door heel rustig, liefdevol en beslist te blijven praten en haar voor me uit te duwen, krijg ik haar mee naar een stoel. Ik draai haar stoel om zodat ze kinderen niet meer zien kan. Ik praat over het duwen, geef aan dat zij dat ook wel deed ooit en dat ze geen blauwe plek heeft, maar vast wel beetje pijn. En dan laat ik het rusten. Ik babbel wat over armbandjes die daar liggen en warempel ze gaat er op gewone toon op in.

In de kleedkamer zijn er inmiddels twee aan het ruziemaken. En een daarvan is het meisje dat niet naar school wou. Wat blijkt? Zij is geduwd door een ander meisje en die bleek het niet expres gedaan te hebben, maar zelf ook geduwd te zijn…enz. Dit verhaal hoor ik pas later, want eerst sommeer ik de twee dames alvast naar buiten te gaan om het samen uit te praten en op te lossen. Dat lukt hen niet. Ze huilen allebei. In de rij terug naar school loop ik tussen hen in en vraag naar de reden van de ruzie. Vervolgens vertel ik hoe ik hen nu zie: de een is steeds heel zielig aan het doen over al het onrecht dat haar wordt aangedaan, de ander is te koppig om excuses aan te bieden of om even duidelijk te maken dat iets niet zo bedoeld was. Hun beider reactie is ogenblikkelijk weer van dien aard. De huiler stopt, de koppige blijft mokken. Ik laat het even. In de klas praat ik verder over ons vorige gesprek over de waarden. We hadden toen over ruzies gesproken als zijnde ze horen erbij, maar je moet wel leren ze snel en goed op te lossen. Dit was een voorbeeld van niet snel en goed oplossen. Maar dat ruzies ook leerzaam zijn, kan ons furiemeisje mooi verwoorden!

Vervolgens haak ik in op het akelige van het als een groep mensen iemand buitensluiten. Ik leg uit hoe verschrikkelijk dergelijk gedrag is. En opeens vraag ik aan een meisje persoonlijk of zij dat verzonnen had. Mijn stem klinkt fel! Het meisje schrikt en ontkent. Ik vraag het de volgende uit het bewuste clubje. En nog weer iemand. En ja, eindelijk, er komt een voorzichtige vinger. Ik vraag of ze dan maar eens heel duidelijk haar vinger, ofwel arm wil opsteken. Het meisje doet dit huilend, want zij was niet alleen, die deed het ook. Ik brul dat zij ook haar vinger moet opsteken. Ik overdonder hen. Ik weet het, maar het moet maar even zo. Maar ik keer terug naar de anderen van het clubje. Heb jij gezegd dat ze dat meisje niet moesten buitensluiten? Nee? Dan ook die vinger omhoog en gauw! En zo zit uiteindelijk het meidenclubje met de arm omhoog en enkelen snikken erbij. Dan verander ik van toon en probeer hen duidelijk te maken waarom ik dit zo vreselijk vind als dit gedaan wordt. Ik zoek voorbeelden uit mijn eigen jeugd en benadruk de goede sfeer in de groep. Ons fijne gesprek over de waarden die we willen nastreven. Dan komen er reacties. Het prachtigste is het meisje dat deze dag voor het eerst bij ons op school is. Zij vertelt dat dit ook op haar school gebeurde. Ik beaam dat dit zo vaak gebeurt, maar dat ik niet kan geloven dat je daar als groep blij van wordt. Je ziet toch dat verdrietige kind! Word je daar blij van? Nee, je bent alleen maar blij dat jij tenminste bij de groep mag horen.

We gaan aan het werk. Opeens zie ik de wee meisjes van de gymruzie bij elkaar aan tafel samen werken. Een vrolijke lach op hun beider gezichten! Ik zeg niks, maar geniet intens.

De jongen die zo emotioneel kwetsbaar is, staat in een hoekje van de klas nadat ik hem vroeg om zijn werkstuk. Hij heeft het helemaal niet. Nooit begonnen. Ik besluit hier met zijn moeder over te praten, want hij sluit zich direct af. Samen komen we daar uit. Hij wandelt uiteindelijk weg naar huis met een groot vel papier onder zijn arm om thuis geholpen te worden door zijn vader. Een begin…

Nog later na schooltijd loop ik even door de gang en zie de groep meisjes aankomen, lachend in een sliert bij elkaar, handen vast. Ik sta stil en kijk en word ontzettend blij van binnen. Ze komen op me af en eentje zegt dat ze de ander nooit meer loslaat. Ik knuffel hen en vertel hoe blij ze me hiermee maken. Ook het meisje uit de andere groep straalt erbij!

En dan heb ik nog niet eens verteld over de vertelplaat die ook het moeilijk lezende jochie niet wou presenteren, omdat hij het niet uit zijn hoofd dacht te kunnen. Meestal verdwijnt hij dan voor een tijdje naar de gang om zijn frustratie en woede te laten afkoelen. Zo ook nu, maar hij kwam vrij vlot terug. En ik wist hem over te halen alsnog met mijn hulp zijn kennis te tonen over de wolf. Wat weet dat jochie veel! En hoe schattig stond hij steeds naar mij te seinen dat ik nu moest. Slik, maar wat weet ik over de wolf?

Gelukkig weet ik wel veel over kinderen en hun gedrag…..en heb ik heel veel plezier in het goed begeleiden van kinderen in hun ontwikkeling.

Geplaatst in Montessori, Onderwijs | Tags: , , , | 1 reactie

Aanpassing

Een foto in de Volkskrant trof mij. Een Iraans gezin aan een tafel: man, vrouw, 2 jongens. Eronder staat o.m. ‘ Het Perzische tapijt heeft Syros op advies van ‘mama’ Trijntje de Jong toch maar op de eettafel gelegd.’

Ik las het bijbehorend artikel. De man was politiek vluchteling en belandde uiteindelijk  in een Urks gezin. Van moslim was hij christen geworden, omdat hij door christenen vaak geholpen werd en geleerd heeft dat zij een goed hart hebben en vrijer denken en zijn dan moslims, zo zei hij zelf.

Een storm van gedachten brak los in mij. Mijn gereformeerd vrijgemaakte afkomst zal aardig overeenkomen met de christelijk gereformeerde afkomst van de mensen waar hij op doelde. Maar ik heb er alles behalve vrijheid in ervaren. Mijn opvoeding bestond toch sterk uit het denken in ‘wij’ en ‘zij’. Wij waren degenen die het ware geloof aanhingen, zij waren al die anderen die niet datzelfde geloof aanhingen. Ik heb op zondagen meewarig naar al die niet-kerkgangers gekeken: zij zijn heidens en het zal niet goed met hen aflopen. Naar hen die naar de verkeerde kerk gingen, keek ik met een blik vol onbegrip: hoe kunnen jullie nu diezelfde Bijbel lezen en toch zo anders denken?

Pas toen ik puber werd en de wereld zich voor mij opende, begon ik andere gedachten te ontwikkelen. Zo maakte ik kennis met een moslim. Hij leerde mij de rituelen van het vasten, de Ramadan, maar hij vertelde ook dat hij vond dat ieder moest leven en geloven zoals het voor hem goed was. Hij keurde dat ‘wij-zij’- denken sterk af.

Maar ook zag ik steeds beter dat in welk geloof dan ook, het de mens is die bepaalt hoe een geloof vorm krijgt. Alles blijft mensenwerk. Dat heeft mijn moeder mij ook goed bijgebracht: kijk niet naar naar hem of haar, want dat is niet automatisch wat het christelijk geloof vertegenwoordigt. De toevoeging dat ik de Bijbel als leidraad moest nemen, hielp echter weinig. Was het nu juist niet de interpretatie daarvan door mensen die maakt dat er scheidslijnen ontstaan, met als ergste gevolg oorlogen?

Deze Iraanse man is liefdevol geholpen door het christelijke gezin. Wat zou het ongelooflijk fijn zijn als hij en zijn gezin vele jaren later nog steeds kan zeggen dat christenen vrijer zijn en denken dan niet-christenen (dus ook moslims). Dat er dan wel verwacht wordt, dat hij op tijd naar bed gaat, geen luidruchtige gesprekken voert, zijn kinderen niet tot laat in de avond op straat spelen, niet zomaar iedereen bljft eten en….. het tapijt OP de tafel ligt……ach, dat is dan toch wel op te brengen?

 

 

 

Geplaatst in Zomaar... | Tags: , , | Een reactie plaatsen